De gelovige volgt op (- Ibn Taymiyah)

Discussion in 'De geloofsleer ('aqiedah).' started by Shishani, Mar 11, 2011.

  1. Shishani
    Offline

    Shishani moderator Staff Member

    Joined:
    May 10, 2007
    Messages:
    3,051
    Likes Received:
    26
    Trophy Points:
    58
    Gender:
    Male
    Ratings Received:
    +55 / 3
    De gelovige volgt op
    Shaykhul Islaam Ibn Taymiyah
    http://an-nasieha.nl/

    De gelovige, die (per definitie) een volger is van de Boodschappers, gebiedt de mensen de opdrachten van de boodschappers op te volgen, zodat de godsdienst voor Allaah alleen is, niet voor zijn persoonlijk voordeel.

    Wanneer hij iemand op deze manier gebied, houdt hij (in feite) van hem en helpt hem, en is blij om anderen hetzelfde te zien doen.

    Wanneer hij goed doet tegen mensen, doet hij dat alleen voor het Gezicht van Allaah, de Meest Verhevene, en weet dat Allaah hem gunsten verleende door van hem iemand die goed doet te maken, en niet iemand die kwaad doet. Daarom bestemt hij iedere daad voor Allaah, omdat het dankzij de gunst van Allaah wordt gedaan.

    Dit wordt genoemd in de Opening van het Boek (al-Fatiha), waarover wij vermeld hebben dat de behoefte van de gehele schepping daarvoor, groter is dan hun andere behoeften.

    Dit is waarom het reciteren in ieder gebed, als uitzondering op ieder andere Soerah, verplicht voor hen werd. Zijn gelijke is niet in de Tauraat, noch in de Injeel, noch in de Zaboor noch in de Qor-aan geopenbaard. En daarin (het vers) staat: U (alleen) aanbidden wij en U (alleen) vragen wij om hulp. [1:5]

    Dus de gelovige doet zijn daad omwille van Allaah, omdat hij alleen Hem aanbidt. En hij ziet dat zijn daden dankzij de gunst van Allaah gedaan zijn, omdat hij bij Hem Alleen hulp zoekt. Dus hij zoekt bij niemand die zich goed tegenover hem gedraagt enige beloning of dank, omdat wat hij voor hem deed, hij omwille van Allaah deed. Zoals de oprechten zeiden: Wij voeden u slechts omwille van Allaah. Wij verlangen geen beloning noch dank van u. [76:9] Dus de gelovige beschouwd wat hij deed niet als een gunst, noch als schade voor hem (door hem eraan te herinneren wat hij voor hem deed), want hij weet dat Allaah de Schenker van gunsten op hem is, wanneer Hij hem gebruikt in goedheid. (Hij weet) dat dit een gunst van Allaah is voor beide, voor hem en de andere persoon.

    Dus de gelovige moet Allaah bedanken, wanneer Hij gemak voor hem makkelijker maakt, en de ander moet ook Allaah bedanken, wanneer Hij het voor hem mogelijk maakt dat iemand hem brengt wat hem van voordeel is, in voorziening, of kennis, of hulp of iets soortgelijks.

    Majmoo' al-Fatawa 14:329-330

Share This Page