Voorwaarden Shahadah "la ilaha illa-llah"

Discussion in 'De geloofsleer ('aqiedah).' started by Shishani, May 31, 2015.

  1. Shishani
    Offline

    Shishani moderator Staff Member

    Joined:
    May 10, 2007
    Messages:
    3,047
    Likes Received:
    26
    Trophy Points:
    58
    Gender:
    Male
    Ratings Received:
    +55 / 3
    Voorwaarden van de Shahaadah (getuigenis)
    "laa ilaaha illa-llaah"

    De betekenis: Dat wil zeggen, er is geen ware godheid naast Allaah. En wanneer iets anders dan Allaah wordt aanbeden, dan is dit vals. En Allaah de Verhevene zegt: “Dat is omdat Allaah de Waarheid is en omdat wat zij naast Hem aanroepen vals is en omdat Allaah de Verhevene de Grootste is.” [Soeratoel-Hadj (22): 62] en [Soerah Loeqmaan (31):30]

    1) Kennis (al-'ilm)

    De eerste voorwaarde: Kennis met de betekenis van bevestiging en ontkenning, het verwerpen van onwetendheid.

    Allaah de Verhevene zegt: “Dus weet dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah…” [Soerah Mohammed (47):19]

    En op gezag van `Uthmaan Ibn `Affaan (radiallaahoe 'anhoe): "De Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd: “Degene die sterft terwijl hij weet dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah, treedt het Paradijs binnen.”" (Moeslim 26)

    2) Zekerheid (al-yaqien)

    De tweede voorwaarde: Zekerheid welke twijfel verwerpt. Dat is wanneer zijn uitspreker bewust is van de betekenis van dit woord met volledige zekerheid (yaqienan djaaziman). Want, voorwaar geloof (iemaan) volstaat niet, behalve met ‘zekere kennis’, en geen ‘vermoede kennis’. Dus wat wanneer er twijfel in sluipt?

    Allaah de Verhevene zegt: “Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allaah en Zijn Boodschapper geloven, die vervolgens niet twijfelen en die met hun bezittingen en hun levens strijden op de Weg van Allaah. Zij zijn de waarachtigen.” [Soeratoel-Hoedjoeraat (49):15]

    Hij stelde dus de voorwaarde aan de oprechtheid van hun iemaan (geloof) in Allaah en Zijn Boodschapper dat zij niet aarzelen (yartaaboe). Dat wil zeggen dat ze geen twijfels hebben. En wat betreft degene die twijfelt, die behoort tot de huichelaars, moge Allaah ons behoeden, degenen waarover Allaah de Verhevene heeft gezegd: “Voorwaar, degenen die niet in Allaah en de Laatste Dag geloven en wiens harten twijfelen vragen jou om vrijstelling omdat zij in hun twijfels verzonken zijn.” [Soeratoet-Tauwbah (9):45]

    En op gezag van Aboe Hoerayrah (radiallaahoe 'anhoe): “De Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd: “Wie jij dan ook ontmoet achter deze muur, getuigend dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah, en er zeker van is in zijn hart, geef hem dan het blijde tijding van het Paradijs.”(Moeslim 31)

    Hij stelde dus als voorwaarde voor het binnentreden van het Paradijs dat de uitspreker hiervan zekerheid in zijn hart moet hebben, zonder erover te twijfelen. En als de voorwaarde afwezig is, dan is hetgeen waarvoor de voorwaarde gesteld is ook afwezig!

    3) Aanvaarding (al-qaboel)

    De derde voorwaarde: Acceptatie (aanvaarding) van wat verlangd wordt door dit woord van het hart en de tong, het verwerpen van afwijzing.

    Allaah de Verhevene zegt: “Voorwaar, toen er tot hen gezegd werd 'laa ilaaha illa-llaah', waren zij hoogmoedig. En zij zeggen: 'Voorwaar moeten wij onze goden laten vanwege een bezeten dichter?'” [Soerah-Saffaat (37):35-36]

    En op gezag van Aboe Moesaa al-Ash`arie (radiallaahoe 'anhoe): “De Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) zei: “...Dat is de gelijkenis van iemand die de Religie van Allaah begreep en profiteerde van hetgeen waarmee ik met leiding en kennis gezonden ben. En hij leerde en onderwees. En de gelijkenis van degene die hier niet van profiteerde en de Leiding van Allaah waarmee ik gezonden ben niet accepteerde”(al-Boechaarie 79, Moeslim 2282)

    4) Onderwerping (al-inqiyaad)

    De vierde voorwaarde: Onderwerping en overgave welke een verwerping van verlating bewijst.

    Allaah de Verhevene zegt: “En wie zijn aangezicht overgeeft aan Allaah, terwijl hij een weldoener (moehsin) is: waarlijk, die heeft het stevige houvast gegrepen.” [Soerah Loeqmaan (31): 22]

    En de betekenis van ‘zijn aangezicht overgeeft’ is: zich onderwerpt. En ‘moehsin’ betekent moewahhied (iemand die getuigt van Tauwhied). En ‘het stevige houvast’ is de verklaring dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah.

    En Allaah de Verhevene zegt: “En keert terug tot jullie Heer, en geeft jullie over aan Hem voordat de bestraffing tot jullie komt. En jullie vervolgens niet worden geholpen.” [Soeratoez-Zoemar (39): 54] Dat wil zeggen, keer terug naar jouw Heer en onderwerp je aan Hem.

    En het is overgeleverd in marfoe'[*] vorm van 'Abdoellaah Ibn 'Amr dat hij zei: “Niemand van jullie gelooft werkelijk, totdat zijn verlangen overeenkomt met hetgeen waarmee ik gekomen ben.”

    5) Oprechtheid (as-sidq)

    De vijfde voorwaarde: oprechtheid (eerlijkheid), het verwerpen van ontkenning. En het is het uitspreken van deze verklaring en het betrouwbaar bevestigen in het hart. Dus als hij het zou verwoorden met zijn tong, maar hij bevestigt het niet met oprechtheid in zijn hart, dan is hij een leugenachtige hypocriet.

    Allaah de Verhevene zegt: “Alief, Laam, Miem. Dachten de mensen dat zij met rust worden gelaten omdat zij zeggen: 'Wij geloven,' en dat zij niet beproefd worden? En voorzeker, Wij hebben degenen vóór hen beproefd. Zeker, Allaah zal degenen die waarheidsgetrouw zijn, bekend maken en Hij zal de leugenaars bekend maken.” [Soeratoel-'Ankaboet (29):1-3]

    En Allaah de Verhevene zegt: “En er zijn er onder de mensen die zeggen: “Wij geloven in Allaah en in de Laatste Dag”, terwijl zij geen gelovigen zijn. Zij trachten Allaah en degenen die geloven te bedriegen, maar zij bedriegen niemand dan zichzelf, terwijl zij het niet beseffen. In hun hart is een ziekte (twijfel en huichelarij) en Allaah heeft die ziekte doen verergeren, en voor hen is een pijnlijke bestraffing vanwege wat zij plachten te loochenen.” [Soeratoel-Baqarah (2): 8-10]

    En op gezag van Anas (radiallaahoe 'anhoe): “De Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd: “Er is niemand die getuigt dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah en dat Mohammed de Boodschapper van Allaah is, oprecht vanuit zijn hart behalve dat Allaah het Vuur onwettig voor hem maakt.”(al-Boechaarie 128, Moeslim 32)

    6) Zuivere toewijding (al-ichlaas)

    De zesde voorwaarde: Zuivere toewijding, het verwerpen van alle vormen van grote en kleine Shirk. Kleine Shirk zoals riya/soem'ah (daden omwille van een andere doen, opschepping, streven naar reputatie door middel van je daden etc.) En al-Ichlaas is het zuiveren van de daad - met een rechtschapen intentie - van alle vermengingen van Shirk.

    Allaah de Verhevene zegt: “Dus aanbidt Allaah, de Religie zuiver (oprecht en alleen) makend voor Hem.” [Soeratoez-Zoemar (39): 2]

    En Allaah de Verhevene zegt: “En zij werden niets anders bevolen dan het aanbidden van Allaah, de Religie zuiver (oprecht en alleen) makend voor Hem…” [Soeratoel-Bayyinah (98): 5]

    En op gezag van Aboe Hoerayrah (radiallaahoe 'anhoe): “De Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd: “De meest gelukkige mensen met mijn bemiddeling op de Dag der Opstanding zijn degene die oprecht vanuit zijn hart zegt dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah.”(al-Boechaarie 99)

    En op gezag van `Utbaan Ibn Maalik (radiallaahoe 'anhoe): “De Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd: “Allaah heeft het Vuur verboden voor degene die zegt dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah, daarmee het Gezicht van Allaah zoekende.”(al-Boechaarie 415, Moeslim 263)

    7) Liefde (al-mahabbah)

    De zevende voorwaarde: liefde. Dit omvat de liefde voor dit grote en gezegende woord en wat er van verlangd wordt en wat het bewijst. En het is aan de mensen om er voor te werken en aan de voorwaarden vast te klampen, en al datgene wat het tegen gaat te haten.

    Allaah de Verhevene zegt: “En er zijn er onder de mensen die naast Allaah deelgenoten toekennen, die zij liefhebben met de liefde als (die) voor Allaah, maar degenen die geloven zijn sterker in liefde voor Allaah.” [Soeratoel-Baqarah (2): 165]

    En Allaah de Verhevene zegt: “O jullie die geloven! Wie van jullie zijn Religie afvallig is: Allaah zal een volk nemen waar Hij van houdt en dat van Hem houdt..” [Soeratoel-Maa'idah (5):54]

    En op gezag van Anas Ibn Maalik (radiallaahoe 'anhoe): “De Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) zei: “Als er drie kwaliteiten in een persoon gevonden worden, dan proeft hij de zoetheid van iemaan, dat Allaah en Zijn Boodschapper hem meer geliefd zijn dan wie of wat dan ook, en dat hij niet van een persoon houdt behalve omwille van Allaah, en dat hij het haat om terug te keren naar ongeloof nadat Allaah hem daarvan heeft gered, net zoals hij haat om in het Vuur te worden gegooid.”(al-Boechaarie 16, Moeslim 43)

    Dus de mensen van Laa ilaaha ill-llaah houden van Allaah met oprechte liefde, en de mensen van Shirk houden van Allaah en zij houden ook van anderen naast Hem, en dit gaat een vereiste voor baa ilaaha illa-llaah tegen.

    8) Ongeloof in taaghoet (al-koefr bit-taghoet)

    De achtste voorwaarde: Ongeloof in de tawaaghiet (meervoud van "taaghoet"). Tawaaghiet zijn dingen die naast Allaah aanbeden worden, terwijl Allaah de Heer is, de Schepper en het Ware Object der Aanbidding.

    Allaah de Verhevene zegt: “Zeker, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling. Dus hij die de Taaghoet verwerpt en in Allaah gelooft: hij heeft zeker het stevige houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allaah is Alhorend, Alwetend.” [Soeratoel-Baqarah (2): 256]

    En op gezag van Taariq Ibn Ashiem (radiallaahoe 'anhoe): “Ik hoorde de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) zeggen: “Wie dan ook zegt dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah, en ongeloof toont in hetgene wat er naast Allaah aanbeden wordt, dan heeft Allaah zijn bloed en bezit onwettig gemaakt. En zijn afrekening is bij Allaah.”(Moeslim 23, Ahmad 4/372)

    Werkelijk, deze acht voorwaarden werden verzameld in de volgende poëtische zinnen,
    ‘Kennis, zekerheid en oprechtheid en jouw eerlijkheid met;
    Liefde en onderwerping en acceptatie ervan;
    En de achtste bij hen toegevoegd is jouw ongeloof in;
    Alles behalve de Ware Godheid.’


    ___________________________________________

    Raadpleeg het boek Ma'aaridjoel-Qoeboel bi Sharh Salimoel-Woesoel ilaa 'Ilmil-Oesoel fit-Tauwhied door Shaych Haafidh Ibn Ahmed al-Hakamie (2/417-424) voor de voorwaarden van Laa ilaaha illa-llaah. En raadpleeg ad-Doroes-al-Moehimmah li `Aammatil-Oemmah door Zijne Eminentie, Shaych 'Abdoel-'Aziez Ibn 'Abdoellaah Ibn Baaz (rahiemehoellaah) de tweede les.

    [*] Marfoe': Dit komt van de Arabische stam woord, 'rafa'a', wat betekent: verhoogd zijn, of te verhogen. Marfoe' betekent: iets wat is verhoogd, in dit geval - een marfoe' overlevering is een overlevering die stopt bij een Metgezel in de ketting of overlevering, maar de tekst is zo dat niemand anders dan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) het gezegd zou kunnen hebben. Het wordt gebruikt wanneer de Metgezel niet benadrukt dat hij de overlevering van de Profeet heeft gehoord, zoals hier het geval is.
    Last edited: May 31, 2015

Share This Page